ZWO Seestar EQ mode en IC5146

Tijdens de vergaderingen wordt de ZWO Seestar regelmatig aangehaald als een snelle grab-to-go telescoop met als leuk extra de ongelooflijk actieve software ontwikkeling waardoor je wel elke 3 maand iets nieuw kan proberen.
De laatste ontwikkeling is zo geniaal als eenvoudig. Als je een registratie hebt op de community van Seestar, dan kan je nu ook je Seestar bedienen vanop afstand zonder de nood aan een VPN of een direct netwerk. Je ziet dan ook de Seestar meer en meer verschijnen als een volledig geautomatiseerde telescoop die je kan installeren in een remote observatorium.
Zie ook hier: https://youtu.be/oicvkaRVYLM?si=TK5SXYD5ihLP2G4X

Toch wil ik het eigenlijk niet daarover hebben, maar eerder over het ongelooflijk gemakkelijk instellen van de Seestar op equatoriale modus zonder veel extra materiaal.
In de vergadering hoor ik soms de opmerking dat je een voetje nodig hebt zoals hieronder.

Ik heb deze ook (gekocht voor mijn Skywatcher AZ-GTI) maar gebuik die niet want ik vind dit teveel prutsen met de instelvijzen en de hendels. Alles zit gewoon in de weg of is moeilijk bereikbaar als de Seestar op de mount staat.

Mijn oplossing is daarom gewoon een ball head op een stevige mount zoals hieronder.

Het statief is een Monfrotto 290 xtra die tot 10 kg kan dragen (5 kg met veiligheidsmarge) en de ball head Sirui G-20KX (heeft een frictie knop) die tot 20 kg kan ondersteunen dus een Seestar 50 van 3 kg is geen probleem. Het instellen is werkelijk 15 seconden waarbij ik de ball head zo instel dat het open gedeelte (midden foto) en de poot naar het noorden staan (poot onder de opening zodat bij kantelen het statief stabiel blijft).
Op de tablet/GSM krijg je eerst instructies om de Seestar onder 51° te zetten. Dat is met die frictieknop zeer snel en makkelijk te doen. Dan ga je naar de tweede stap in de alignment en ga je enkel nog de horizontale rotatie wat moeten bijstellen. Hieronder een screenshot van gisterenavond na minder dan 15 seconden instellen. Het is niet perfect (zie de 0.6°) maar voor een 250F5 telescoop is dat ruim voldoende. Het statief is zeer compact en gebruik ik ook voor andere doelen.

Hieronder kan je een foto’s zien van een mislukte opname C22 (zou niet weten wat de Seestar in focus had ipv C22) maar waarbij je kan zien dat de sterren perfect rond zijn. Dit zijn 104 subs van 60 seconden.
Origineel + aberratie quadrant.

Omdat het toch een zeldzaamheid is geworden om nog eens een opname te starten, heb ik ook mijn GSO200f4 met de 585pro op IC5146 gezet. De opname heb ik moeten stoppen vanaf 23u omdat er wolken voorspeld waren maar ik heb 65 opnames van 3 min of een goede 3 uur opname. Het is zeker geen topper van opnames maar toch wel leuk om nog eens iets te kunnen delen.

Een onverwachts mooie avond. (18 aug 2025) IC5070

Gisterenavond kijk ik buiten en zie ik sterren. Snel even https://clearoutside.com/ checken en inderdaad, de nacht blijft open met een maan <15%.

Snel het dak openschuiven van mijn observatorium en NiNA starten. Voor het kiezen van een object, ga ik snel kijken op https://telescopius.com/. Ik zoek naar een object dat ik nog niet veel heb geprobeerd. IC5070 of Pelican Nebula. Alhoewel ik de nevel onmogelijk volledig in beeld kan krijgen, kan ik wel de nek in beeld brengen.

De settings van NiNA neem ik gewoon uit een template van 3 min/light met met refocus elke 5 frames en dithering.

Na een nachtje laten draaien, blijk ik 73 opnames te hebben dus een goede 3.5 uur opname. De bewerking hou ik simpel met Siril. Stacking, deconvolutie met Cosmic Clarity, background extractie met GraXpert en noise reduction in Gimp. Wat stretching in Siril met de nieuwe “Generic Hyperbolic Stretch Transformation” en bewerking is afgerond. Ik zou nog iets meer kunnen nabewerken, maar less is more. 😉

Backlash/harmonische fout EQ5

Mijn oude EQ5N heeft nog nooit goede guidance waardes gehad. Hierdoor heb ik typische een zeer hoge uitval van opnames. Omdat ik al een tijdje twijfel tussen vervangen van deze EQ5 (of mijn tweede EQ5 ombouwen met de motoren van de eerste) met een harmonic drive systeem, geeft ik mijn Skywatcher EQ5N een laatste poging.

Hieronder kan je de verbeteringen zien die ik heb geboekt. De bedoeling is om met de EQ5 onder de 1″ te geraken, wat voor een wormwiel EQ5 niet slecht is. De EQ6R pro met riem gaat hier ruim onder.

  • poging 1: Total: 1.42″ (0.35 px)
  • poging 2: Total: 1.05″ (0.26 px)
  • Poging 3: Total: 0.88″ (0.22 px)  < Nu

Ook op de harmonische fout heb ik enorme stappen vooruit genomen:

  • poging 1: Harmonische op 600sec met fout 11″
  • poging 1: Harmonische op 600sec met fout 4″
  • poging 1: Harmonische op 600sec met fout 2.1″ < Dit kan de software normaal makkelijk opvangen

Technisch: Wat zijn de stappen die ik ondernomen heb?

De RA (ronddraaiend gedeelte incl contra gewichten) en de DEC (de kop zelf) zijn eigenlijk identiek opgebouwd. 

  1. Verwijder de motor door de bout (4) hieronder los te draaien.  Deze zit bij de DEC makkelijk zichtbaar, bij de RA moet je de tilt van de mount aanpassen zodat de kop bijna horizontaal staat.  Dan zie je gat met een bout.
  2. Nu verwijder je de twee bouten (1) en twee bouten (3).
    De (3) bouten dienen om het wormwiel op het chassis te klemmen in hoogte, de (1) bouten om het wormwiel tegen de tanden van de as te duwen.
    Inbus (2) dient dan weer om het wormwiel weg te duwen van de tanden van de as.
  3. Het wormwiel heeft langs de linkse zijde foto (en ook volgende foto van moer) een buiten en binnen moer.  Met de binnenste zet je de spanning op het wormwiel en met de buitenste zet je dan alles weer vast.

    Hoe afstellen?
    Je draait het wormwiel rond.  Dit moet zeer los kunnen ronddraaien (was bij mij schokkerig).  Indien niet vrij ronddraaien, dan de binnenste moer iets losser zetten.  Let er wel op dat de as zelf niet horizontaal kan bewegen
    in zijn behuizing.  Als je de binnenste te los zet, dan kan je worm van links naar rechts bewegen. 
    Dat was ook op mijn andere EQ5 en LXD75 het probleem.  Als je de kop van de montering draaide naar links of rechts, zag je het tandwiel op de worm-as lichtjes naar binnen en buiten bewegen.

  4. Wormwiel behuizing terugzetten en de bouten (3) vingervast zetten.  Deze zeker niet te vast want anders werken bouten (2) niet meer.  De Bouten (3) gaan zelf meer klemmen bij aandraaien (1).
  5. Nu komt de echte tuning van de backlash.

    Hoe afstellen?
    Draai bouten (1) los en draai dan inbus (2) iets dieper en draai bouten (1) weer vast (iets meer dan vingervast).   Draai dat het wormwiel (via tandwiel) in beide richtingen.  Als je voelt dat het wormwiel geen tegenstand heeft in een
    kleine zone voor de telescoopvoet begint te bewegen, dan hebben we backlash of zit wormwiel niet dicht genoeg bij tanden van de as.  Indien zo, draai bouten (1) weer los en draai inbus (2) iets uit.  Hierdoor ga je dus bij opspannen van
    bouten (1) toelaten dat het wormwiel dichten op de tanden van de as zitten.  Terug bouten (1) vastdraaien en heb je nog speling?  Dit herhalen tot je bijna geen speling meer hebt MAAR ook niet teveel inbus (2) uitdraaien want dan ga
    je voelen dat roteren van het wormwiel lastiger wordt.  Dit krijg je wanneer wormwiel klemt op tanden van de as.  Dit is wanneer je die harmonische fout krijgt want als je teveel klemt en de tanden zijn niet altijd perfect even hoog, dan
    krijg je bij elke rotatie van het wormwiel een moment waarop ineens alles stroever wordt.  (wat ik dus duidelijk had bij poging 1 en 2).

  6. Terugzetten van de motor.

    Hoe afstellen?
    Via bout (4) ga je de motor terugzetten.  Hierbij moet je ervoor zorgen dat de motor mooi parallel aan de mount op zijn voet staat en zijn tandwiel mooi op het tandwiel van wormwiel rust.  Gewoon contact, niet spannen.
    Bij een EQ5, zal je zien dat je op de motor een dubbel tandwiel hebt (zie ook foto).  Zorg er steeds voor dat het tandwiel van het wormwiel mooi draait op het kleinste tandwiel MAAR zorg er ook voor dat er een kleine ruimte
    blijft tussen het tandwiel wormwiel en het tweede tandwiel van de motor.  Indien niet, dan kan bij rotatie het tandwiel van wormwiel slepen tegen het tweede grote tandwiel van de motor.

  7. Nu is alles afgesteld en kan je best met de remote of Kstars/NiNA eens de motoren een rondje laten draaien.  Het geluid moet constant blijven.  Geen dalen en pieken.  Indien ok, dan testen op de sterren.

Verslag bezoek Cozmix Brugge (Beisbroek)

Gisterenavond was ik met mijn schoonfamilie in het observatorium Cozmix in Brugge. (https://www.cozmix.be/nl)

Dit observatorium werd in de jaren 80′ opgericht in een prachtige bosrijke omgeving.  

Tijdens de dag kan je leuke fietsritten in de omgeving maken en op het terras van het cafe naast het observatorium genieten van een hapje en drankje.

Zo ontdekten we ook deze locatie en hadden de plannen gesmeed om eens terug te komen wanneer het observatorium open is.

Hieronder een kort verslagje met enkele indrukken.  Happy reading

Gisterenavond was het moment van de geplande uitstap.
Via een draaitrap ga je naar het 3de verdiep waar je een voorstelling hebt met foto’s en doe-materiaal evenals een planetarium waar je in een kleine koepelzaal kan kijken naar verschillende voorsteliingen zoals het ontstaan van de aarde of een begeleide voorstelling van wat te zien valt deze vanavond in de ruimte. (stellarium op hormonen)  Dat wordt door een 4K projector gestuurd, waarbij je ook interactieve beelden kan bekijken, tijdens de sterrenwandeling.  Een leuke ervaring.  

De originele planetarium projector is er nog, maar lijkt niet meer in gebruik.

Na de voorstelling gaat het dan nog hoger via de draaitrap naar de telescoopzaal.   Hier zien we een combinatie van 3 telescopen waarbij een 20 cm refractor, een 30 cm Schmidt-Cassegrain en een Lunt refractor voor H-alfa. De telescopen zijn nog met de hand gemaakt en vooral voor een SC vind ik dat toch wel opmerkelijk.  De koepel zelf is nog van lokaal hout gemaakt waarbij elke plankje met de hand op maat werd gemaakt. De exacte specificaties van de telescoop heb ik niet kunnen vinden, maar de refractor leek me een F15 (dus 3m).  De SC heeft een dauwkap maar de presentator gaf aan dat beide dezelfde focal lengte hebben, wat visueel wat zou kunnen kloppen.
Dat maakt de SC een 3000/30 = F10.

De observaties waren de maan -> jupiter -> de maan daar de andere gekende objecten buiten het gezichtsveld zaten en er geen perfecte duisternis was.  Alles sluit om 22u dus we zitten nog een stuk in de schemerzone.

Wat me vooral opviel is hoe verwend we zijn geworden.  Ik was eigenlijk echt ontgoocheld in de kwaliteit van beide telescopen.  Deze zijn wel 40 jaar oud, maar mijn oude C8 (dus een Schmidt-Cassegrain van 20 cm f10) van dezelfde leeftijd, gaf zeker even goede beelden zelf misschien beter.  Stof op de spiegels/lens of slechte oculair?  Eigenlijk met een MAK127 of groter, heb je betere details op de maan. De refractor was, ondanks zijn omvang, ook niet in staat om zeer goed de manen van jupiter te onderscheiden. 

Toch was de schoonfamilie zwaar onder de indruk en ik verwijt mijn kritiek dan ook gewoon aan teveel verwachtingen en te verwend.

Zeker een aanrader voor de familie maar wegens locatie in de bossen en geen drankmogelijkheid, kan je dit best inpassen met een bezoek aan Brugge.

Collimatie-avond

Iedereen kent het probleem, niet iedereen kent de oplossing maar iedereen heeft er wel zijn mening over. Dat is de beschrijving van collimatie.

Tijdens de doe-vergadering op dinsdag hadden we een sessie collimatie en kon iedereen zijn telescoop meenemen voor een workshop rond collimatie.

De eerste telescoop was een spiegeltelescoop op een dobson voet. Een eerste poging was een visuele collimatie op zicht. Deze collimatie is natuurlijk maar een instap en al snel werd overgeschakeld naar een meer nauwkeurige instelling.

Omdat alle materiaal aanwezig was, werd eerst de positie van de vangspiegel gecontroleerd met een concentric collimator. Hierbij plaats je een stuk papier voor de primaire spiegel en kijk je dus naar de secondaire spiegel via de concentric collimator. Je ziet hierdoor of de secondaire op de juiste plaats staat.
De volgende stap is dan een laser collimator waarbij we eerst kijken langs de open zijde of de laster in de donut van de hoofdspiegel valt. We regelen via de schroeven van de secondaire spiegel. Als dat in orde is, dan kijken we naar de roos op de lastercollimator en regelen we de secondaire spiegel tot de teruggekaatste laser verdwijnt in het midden.

De tweede telescoop is een grotere uitdaging. Een RC6 of dus ritchey chretien is een telescoop design waarbij je twee hyperbolic spiegels hebt waarbij via een gat in de primaire spiegel de focuser aan de achterzijde gemonteerd zit. Door de speciale spiegels is de telescoop vrij van chromatische vervorming en zijn de sterren scherp tot in de hoeken, maar dat komt met de kost van een moeilijke collimatie.

Gunther heeft 2 jaar lang geoeffend op zijn RC6 en kan nu zijn ervaring delen tijdens de vergadering. Hierbij zweert Gunther bij een TSRCKOLLI collimator waarbij je eerst de secondaire spiegel moet instellen en dan de primaire spiegel.
Na visueel instellen, wordt met een Howie Glatter met holographic projectie gecontroleerd of alles goed staat. De nieuwe RC6 Omegon Pro lijkt na controle redelijk goed ingesteld te zijn, maar is nog niet perfect. De TS RC6 van Gunther is voorzien van een tilt plaat.
Deze tiltplaat zorgt ervoor dat je de focuser los van de primaire spiegel nog wat kan bijsturen waardoor deze perfect gecollimeerd kan worden.
Na de collimatie worden andere collimatie-tools gebruikt om te controleren hoe ze reageren met de RC.

Intussen is de tiltplaat al besteld en wordt ook al naar de nieuwe TSRCKOLLI gekeken.
Bij ontvangst van de tiltplaat, kan de collimatie herbeginnen. 😉

Seestar S50 en zonnefotografie

Zonnefotografie vraagt typisch gespecialiseerd materiaal maar met de Seestar S50 komt er ook een zonnefilter. Daarom was mijn vraag hoever je kan gaan met de Seestar. Is de Seestar in staat details van de zon te tonen?

De typische foto van de Seestar die je overal kan vinden is zoals hieronder.

Je kan in de standaard foto van de Seestar de zonnevlekken zien, maar als je wat meer in detail kijkt, kan je ook rond de zonnevlekken wat structuur zien. Het scherpstellen heb ik wel wat moeten helpen door in de applicatie enkele zonnevlekken aan te duiden en dan een autofocus te starten. Resultaat is niet slecht.

Toch vroeg ik me af of het niet mogelijk was om meer uit de Seestar te halen. Daarom heb ik enkele filmpjes genomen waarbij ik dan een manuele stacking kan doen. Hierbij had ik opnames met doel de zonnevlekken en ook voor de zonnevlammen maar die laatste krijg ik niet uit de opnames wegens ofwel afwezig ofwel te zwak tov zonnecirkel.

De procedure is download van Seestar, PIPP voor convertie naar AVI, stacking met Autostakkert en dan finale stretching met Registax. Het resultaat kan je hieronder vinden waarbij ik in een rotatie de verschillende resultaten heb gezet.

Alhoewel we niet kunnen stellen dat we alle details kunnen zien, krijgen we toch wel meer structuur in de zon. We zien verschillende gekleurde zones en we zien rond de zonnevlekken duidelijke structuren. Samengevat, de Seestar blijft toch een leuke telescoop met vele mogelijkheden.

Extra:
Tijdens de opnames blijken dus niet enkel satellieten een probleem te vormen, ook vliegtuigen kunnen dit doen. 😉

Verschil MAK180 vs MAK127 op Jupiter

Doordat Joost en mezelf op éénzelfde avond een opname deden van Jupiter met beiden een Skywatcher Maksutov met verschillende diameters evenals camera’s met dezelfde pixel grootte maar verschillende sensors, leek het me leuk om eens de verschillen tussen de opstellingen te bekijken. De berekeningen gebeurden op https://astronomy.tools/.

Zoals je hierboven kan zien, toont de kleinere Mak veel minder details, maar we hadden toch dezelfde pixelsize enzo? Hoe zit dat nu?

De technische gegevens van de 2 opstellingen:

  • PlayerOne: SONY IMX664 1/1.8″ CMOS, 2704×1540, 7.8mm×4.5mm, 2.9µm
    Op een Skywatcher MAK180/2700
  • Touptek: Aptina IMX290, 1920×1080, 5,6 x 3,1, 2.9µm
    Op een Skywatcher MAK127/1500
  1. Hoeveel licht kan de telescoop ontvangen
    Omdat het glasoppervlakte een kwadraat is van de straal, kan je snel berekenen dat de MAK180 ten opzichte van de MAK127 2x zoveel fotonen zal ontvangen.  (180²/127²) Nu is het natuurlijk zo dat je bij planeten iets minder problemen hebt met het aantal fotonen wegens de helderheid van het object.
  2. FOV of Field of View
    Deze is 0.17°x0.09° voor de MAK180 tov 0.21°x0.12° voor de MAK127.  Beiden zijn oversampled maar bij de MAK180 is dit veel sterker waardoor guidances uitdagender is. Wegens de manier van stacking en het feit dat we snelle frames nemen, speelt dit iets minder mee.   Wel een uitdaging voor DSO. (deep sky)
  3. Resolutie
    Alhoewel beide camera’s dezelfde pixel grootte hebben, is de IMX664 iets groter dan de IMX290. De MAK127 heeft een resolutie van 0.4″/pixel terwijl de MAK180 tot een resolutie gaat van 0.22″/pixel.  Hierdoor zie je dus in de foto’s beter de wolkenlijnen.

We kunnen dus wel samenvatten met de bovenstaande beelden dat de uitspraak “size matters” ook op planeten geldig blijft. De hogere resolutie van de grotere MAK zorgt voor meer details in de wolken. Natuurlijk speelt de bewerking van de beelden ook wel een rol, evenals de seeing op het moment van beide opnames, maar het resultaat zal ongeveer hetzelfde blijven.